Gemeentebestuur en opstandige jeugd lijken het eind jaren zestig over weinig eens, behalve dat er een creatieve vrijplaats voor jongeren moet komen. Willem de Ridder neemt het voortouw en kraakt het gebouw aan de Weteringschans. Op zaterdag 30 maart 1968 opent 'cosmisch ontspanningscentrum' Paradiso zijn poorten.
Paradiso slaat in als een bom. Vanaf de opening trekt het volle zalen. Als negentiende-eeuws verenigingsgebouw van de Vrije Gemeente ademt het pand een knusse en kerkelijke sfeer. Happenings-achtige avonden met theater ende vermaeck vullen die ruimte even makkelijk als popconcerten, zoals die van Pink Floyd en Captain Beefheart.
Door de grootse concerten krijgt Paradiso al snel het stempel 'poptempel' opgeplakt. Voorganger Willem de Ridder en de organisatoren benadrukken liever de veelzijdigheid van Paradiso met 'happenings'. Hierbij gaan vloeistofdia’s, naaktdansers en magische acts op in een mist van wierook en hash.
Terwijl er consequent optredens worden geprogrammeerd, zijn er op de achtergrond ook problemen: drugs (handel), vechtende jongeren en een slinkende kas. Dit verandert wanneer muzikant Huib Schreurs in 1977 directeur van Paradiso wordt en de Britse invasie van muziek begint: grote namen als de Sex Pistols, The Police en Blondie worden als eersten naar Paradiso gelokt.
In de loop van de jaren groeit Paradiso uit tot een internationaal vermaard podium. Legendarische optredens van de Rolling Stones, Prince, U2, Nirvana en Metallica gaan hand in hand met concerten van Nederlandse grootheden als De Dijk, Doe Maar en nota bene de Zangeres Zonder Naam. Hoewel popmuziek de boventoon voert, blijft veelzijdigheid tot de dag van vandaag het credo. Jazz, wereldmuziek en klassiek klinken net zo gemakkelijk in de tempel. Zelfs lezingen en wetenschappelijke fora blijken in Paradiso niet te misstaan.